kwesten mag, bedreigen niet

Relevante jurisprudentie van het Europees Hof voor de rechten van de Mens:

Het Hof benadrukt dat men zijn standpunten moet kunnen uitdrukken, zelfs "to those that offend, shock or disturb the State or any sector of the population" (EHRM, 7 december 1976, Handyside t. VK).

Vanuit zijn visie op democratie kent het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een nog grotere bescherming toe aan de vrijheid van politieke meningsuiting: "there is little scope under article 10 § 2 of the Convention for restrictions on political speech or on debate on matters of public interest" (zie o.m.: EHRM, 25 november 1996, Wingrove t. VK; EHRM, 25 november 1999. Nilsen en Johnsen t. Noorwegen).

Het Hof zegt het hoogste belang te hechten aan de vrijheid van meningsuiting "in the context of political debate" (EHRM, 12 juli 2001, Feldek t. Slovenië). "Very weighty reasons" moeten naar voren kunnen worden geschoven om beperkingen van de vrije meningsuiting in de politieke context te rechtvaardigen (EHRM, 17 december 2002, A. t. VK; EHRM, 31 januari 2003, Cordova t. Italië).

(Vaste jurisprudentie van het Hof geeft aan dat een beperking op de vrijheid van meningsuiting ingegeven moet zijn door een "pressing social need", die "relevant and sufficient" en voorts "proportionate to the legitimate aims pursued" moet zijn.)


Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Europees Hof voor de Rechten van de Mens

project uitingsvrijheid | nl